Gewezen werknemer (chauffeur bij een transportbedrijf) vordert schadevergoeding op grond van de kennelijke onredelijkheid van het hem verleende ontslag. Gevolgencriterium. Beoordeling van de arbeidsmarktpositie ten tijde van het ontslag. Aansluitend aan het beëindigde dienstverband had eiser ander (tijdelijk) werk. Mogelijkheden om elders in vaste dienst aan de slag te komen zijn door werknemer niet benut. Vordering afgewezen.

4.7. Voorts neemt de kantonrechter in aanmerking dat [eiser] in de tweede helft van 2008 andere mogelijkheden om elders aan de slag te komen niet heeft benut. Zo heeft hij het, door [gedaagde] geïnitieerde, aanbod om voor onbepaalde tijd bij [bedrijf 1] in dienst te treden laten schieten, nadat [gedaagde] had geweigerd om hem middels een beëindigings-vergoeding, berekend naar het aantal dienstjaren, te compenseren voor het verlies van zijn anciënniteit. [eiser] had deze mogelijkheid om zich van een vaste dienstbetrekking te verzekeren redelijkerwijs niet in de waagschaal mogen stellen, uitsluitend teneinde [gedaagde] te bewegen tot een ruimhartiger opstelling. Opvallend is dat [eiser] nadien bij [bedrijf 2] wèl zijn opgebouwde diensttijd heeft willen prijsgeven, zelfs voor een dienstverband van een jaar. Hierdoor ontstaat de indruk dat hij liefst geen werk buiten zijn woonplaats wilde aanvaarden. Dat hij voor het werk bij [bedrijf 1] dagelijks 45 minuten (vice versa) reistijd zou hebben, die niet werd vergoed, doet echter niet af aan de passendheid van de aangeboden arbeid. Ook de kans om bij [bedrijf 3] te gaan werken, heeft [eiser] te gemakkelijk verspeeld. Hij heeft niet betwist dat hij op korte termijn, binnen de periode dat hij door [gedaagde] van arbeid was vrijgesteld, had kunnen worden bijgeschoold tot trailerchauffeur. Niet gebleken is dat hij die opleiding niet had kunnen bekostigen door aanwending van de vergoeding van € 5.000,– die [gedaagde] hem destijds aanbod. Door zich aldus voor [eiser] in te spannen, heeft [gedaagde] zich harerzijds, als goed werkgeefster, de situatie van haar werknemer voldoende aangetrokken. Dat hij daarvan onvoldoende heeft geprofiteerd, komt voor rekening en risico van [eiser].

Bron: Rechtspraak.nl – LJN: BN6424