Het komt met enige regelmaat voor dat er op de werkvloer relaties ontstaan tussen collega’s. Dat kan in sommige gevallen tot veel onrust leiden in de organisatie. Echter, het recht op eerbiediging van het privéleven is in de Grondwet (artikel 10 lid 1) en in verdragen (onder andere artikel 8 EVRM) vastgelegd. Op de werkvloer houdt dit in dat het de werkgever in beginsel niets aangaat met wie zijn medewerker een relatie / affaire heeft. Het aangaan van een “affectieve relatie” is nu eenmaal een fundamentele vrijheid waar de rechter zich niet snel in zal mengen.

Op dit punt wordt van de werkgever het nodig incasseringsvermogen verwacht. Het is vaste rechtspraak dat het enkele feit dat een medewerker een relatie heeft, bijvoorbeeld met een collega, geen reden is voor ontslag.

Een mooi voorbeeld in dit verband is de zaak die het Klooster “de Congregatie De Kleine Zusters van de H. Joseph” te Heerlen aanhangig maakte tegen het hoofd personeelszaken die een relatie kreeg met de directiesecretaresse. Door deze relatie eindigde het huwelijk van beide medewerkers. Vervolgens gingen zij samenwonen. De ex-man van de directiesecretaresse was eveneens in dienst van het Klooster. Deze meldde zich na enige tijd ziek.

Het Klooster meende dat er sprake was van een onaanvaardbare situatie “mede gelet op de levensbeschouwelijke opvattingen van de bewoners”. Het Klooster maakte namelijk deel uit van een verzorgingstehuis voor oudere religieuze zusters. Een en ander diende er toe te leiden dat de arbeidsovereenkomst met het hoofd personeelszaken zou worden ontbonden, aldus het Klooster.

De kantonrechter te Heerlen oordeelde op 14 maart 2003 echter dat het aangaan van een affectieve relatie een fundamentele burgerlijke vrijheid is van iedere individu, waarover hij geen oordeel dient te hebben. De ontslagaanvraag werd daarom afgewezen.
In een recente zaak maakte een werkneemster de fout werk en privé onvoldoende te scheiden. Zij was vestigingsleidster van een kinderdagverblijf.

Zij was getrouwd en had een kind dat ook op hetzelfde kinderdagverblijf verbleef. Daarnaast had zij in het geheim een minnaar. Op een gegeven moment heeft zij de nacht doorgebracht met haar minnaar. Tegen haar echtgenoot zei ze dat zij had gelogeerd bij een collega/ondergeschikte. Daarmee plaatste zij de ondergeschikte in een lastig parket omdat van haar verlangd werd haar een alibi te verschaffen tegenover de bedrogen echtgenoot. De echtgenoot kwam geregeld op het kinderdagverblijf om de dochter te brengen of te halen.

Uiteindelijk raakt door dit spanningsveld de verhouding tussen de vestigingsleidster en haar team dusdanig verstoord dat de werkgever de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met haar te ontbinden. De kantonrechter gaat daartoe inderdaad over omdat de vestigingsleidster, door privé en werk te vermengen zoals zij heeft gedaan, haar gezag dusdanig heeft ondermijnd dat haar positie niet houdbaar meer is. Er wordt geen ontslagvergoeding toegewezen (kantonrechter Amsterdam 21 juli 2014).

Moraal van het verhaal is dus: houdt werk en privé vooral gescheiden!

Heeft u in een situatie als deze hulp nodig, wilt u advies of wenst u overleg, dan kunt u contact met ons opnemen.
title=”Advocaat R. den Hollander” href=”https://www.huisadvocaten.nl/advocaten/de-haan-huis-advocaten-en-notarissen-zwolle/” target=”_blank”>mr. R. den Hollander (Rens)
Tel: 038 – 7600 115

title=”De Haan Advocaten & Notarissen” href=”https://www.huisadvocaten.nl/advocaten/de-haan-huis-advocaten-en-notarissen-zwolle/” target=”_blank”>De Haan Advocaten & Notarissen
Zwolle