Volgens het Uwv ligt er een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek ten grondslag aan werkloosheid appellant. Objectieve dringendheid van de ontslagreden staat buiten twijfel. Een dringende reden voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst, die geen andere is dan de dringende reden waarnaar in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW wordt verwezen, kan ook aanwezig worden geacht als tussen het bekend worden van die reden en de indiening van een ontbindingsverzoek enige tijd is verstreken. Anders dan appellant heeft betoogd, kan voor het ontbreken van subjectieve dringendheid geen aanwijzing worden gevonden in het feit dat werkgever appellant, na de op 19 april 2009 opgelegde buitendienststelling, nog arbeid heeft laten verrichten tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

Bron: Rechtspraak.nl – LJN: BX6558