Beroep op art. 1:99 lid 1 sub b BW; Van echtpaar dat in gemeenschap van goederen is gehuwd, maar waarvan een verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank, doet alleen de man een verzoek tot toelating. Vrouw heeft verzoek niet mede ondertekend, noch zijn haar schulden bekend. Rechtbank volgt verzoeker niet in de stelling dat de gemeenschap van goederen op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding eindigt, zodat het WSNP-verzoek niet mede ondertekend hoeft te zijn door de echtgenote. De wetgever heeft art. 1:99 BW veranderd met het oog op de vervroeging van het tijdstip van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap op het moment van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding. Dat moment is hier nog niet aangebroken.
Bron: Rechtspraak.nl – LJN: BX7247

