Ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing. Broer geen belanghebbende bij beslissing van kinderrechter tot uithuisplaatsing van zijn broers en zusters. Gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en voor elk kind afzonderlijk moet worden voldaan aan wettelijke criteria voor toepassing van de-ze maatregel. In zaak van elk individueel minderjarig kind zijn dan ook enkel de
Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op verzoeken die zijn ingediend vóór datum inwerkingtreding wet zijn nieuwe processuele vereisten niet
Kennelijk onredelijk ontslag. Reorganisatie. Sociaal plan. Oudere werknemer met lichamelijke beperkingen. Dat werknemer vanwege lichamelijke beperkingen moeilijk bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt is onvoldoende in overweging betrokken. Van werkgever mag in beginsel een extra inspanning worden verwacht om vanwege lichamelijke beperkingen moeilijk bemiddelbare, boventallige werknemer elders binnen hem vertrouwd concern te herplaatsen. Bron: Rechtspraak.nl –
Tussen werkgever en werknemer is per 1 april 2009 een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen voor de duur van 18 maanden, met een proeftijd van een maand. In de arbeidsovereenkomst is een opleidingskostenbeding opgenomen. Op 9 april 2009 heeft de werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang opgezegd. De werkgever vordert van de werknemer
Huwelijksvermogensrecht. Verdeling. Garage wordt aan man toebedeeld. Benoeming taxateur nodig om waarde ervan op het moment van verdeling te bepalen. Vordering van vrouw tot vergoeding van de wettelijke rente wordt afgewezen, omdat geen sprake is van verzuim zolang de gemeenschap niet is verdeeld. Benoeming taxateur eveneens nodig om waarde van percelen grond (al dan niet
Nietige verdeling nalatenschap (art. 3:195 BW). Gewezen echtgenoot had op grond van art.3:170 BW bij de verdeling van de nalatenschap betrokken moeten worden, omdat de nalatenschap is opengevallen op het moment dat hij nog met de betreffende erfgename in gemeenschap van goederen was gehuwd. Dat verdeling pas na ontbinding van de huwelijksgemeenschap plaatsvond, doet daar
Het geschil betreft inschaling van werknemer. Werknemer stelt dat er bij het Sehos geen schaal 5 voor koelmonteurs bestaan en eist om ingeschaald te worden in schaal 6. Uit functietabel van het Sehos blijkt dat er wel een schaal 5 bestaat. Koelmonteurs die een MBO opleiding hebben ofwel een dienstverband van langer dan 20 jaar
Werkneemster is ontslagen en heeft daarna een onderhandse akte getekend waarin zij van verdere rechten jegens werkgever afziet in ruil voor ontvangst van een geldbedrag. Zij is geadviseerd niet te tekenen door iemand van het Departement van Arbeid en eveneens door haar gemachtigde. Hof oordeelt dat er geen sprake is van een wilsgebrek. Hof komt
Matigingsbevoegdheid ex art. 6:94 BW. Nu het nog niet betaalde bedrag ter zake waarvan de onderliggende boete wordt gevorderd nog geen 10% van die boete bedraagt, is de boete volstrekt buitensporig te achten en staat deze in wanverhouding met de hoogte van de hoofdsom. Die wanverhouding levert grond op om ongematigde toewijzing van de boete
Voorlopige voorziening, art. 287 lid 4 Fw. Geen enkele poging ondernomen om met de schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen, derhalve niet voldaan aan het wettelijke vereiste dat de schuldenaar tevergeefs pogingen moet hebben gedaan om met zijn schuldeisers tot een vergelijk te komen. Bij het verzoek om toelating is wel een met redenen
