Stel je de volgende situatie voor: Noor is tien jaar oud en ontevreden over haar thuissituatie. Haar moeder is inmiddels zes jaar geleden gescheiden van haar stiefvader. Omdat Noor haar biologische vader nooit in haar leven is geweest, heeft haar stiefvader tijdens het huwelijk met haar moeder van rechtswege het gezag over haar verkregen. Na de scheiding is dit gezamenlijk gezag blijven bestaan. Inmiddels heeft Noor geen contact meer met haar stiefvader. Zij vindt het niet fijn dat haar stiefvader nog steeds wettelijk gezag over haar heeft, temeer omdat hij niet haar biologische vader is. Noor haar moeder lijkt niks aan de huidige situatie te willen veranderen. Noor vraag zich daarom af of zij zelf iets kan doen.
Hoewel Noor een fictief personage is, komt een dergelijke situatie in de praktijk vaker voor dan men denkt. In deze blog wordt daarom toegelicht welke mogelijkheden minderjarigen hebben om hun stem te laten horen bij de rechter.
Informele rechtsingang
Minderjarigen kunnen de rechter rechtstreeks benaderen. Dit wordt de informele rechtsingang genoemd. In de praktijk kan dit op twee manieren.
1. De brief aan de rechter
De eerste mogelijkheid is dat de minderjarige, ongeacht zijn leeftijd, een brief aan de rechter stuurt. De minderjarige kan worden geholpen door een organisatie, zoals een kinderrechtswinkel. Wanneer een dergelijke brief bij de rechtbank binnenkomt, wordt de minderjarige in beginsel uitgenodigd voor een gesprek met de rechter. Tijdens dit gesprek kan de minderjarige zijn situatie en wensen toelichten.
De rechter beoordeelt vervolgens wat er moet gebeuren. De rechter kan besluiten om geen gevolg(en) te geven aan het verzoek van de minderjarige, maar de rechter kan ook besluiten om wel gevolg te geven aan het verzoek van de minderjarige. De rechter kan bijvoorbeeld ouders uitnodigen voor een gesprek of een ambtshalve beslissing nemen.
2. Kindverhoor
De tweede mogelijkheid is het kindverhoor. Het kindverhoor is opgenomen in artikel 809 lid 1 Rv. Op grond van dit artikel kan een minderjarige van twaalf jaar of ouder die wordt gehoord, bij de rechter aangeven dat hij een bepaalde situatie gewenst acht. Opgemerkt moet worden dat in de praktijk minderjarigen vaak al vanaf acht jaar worden gehoord, mits zij een redelijke waardering van hun eigen belangen kunnen maken. Dit laatste dient de rechter te beoordelen. De informatie die de rechter verkrijgt tijdens een kindverhoor kan aanleiding zijn voor de rechter om verdere stappen te ondernemen, zoals het nemen van een ambtshalve beslissing.
In het geval de rechter ervoor kiest om een ambtshalve beslissing te nemen, dan is de minderjarige geen formele procespartij, maar belanghebbende. De minderjarige is namelijk proces-onbekwaam. Dit betekent dat de minderjarige bij de procedure wordt betrokken en zijn mening kan geven, maar niet zelfstandig als procespartij optreedt.
De informele rechtsingang vormt daarmee een belangrijk instrument om ervoor te zorgen dat ook minderjarigen hun stem kunnen laten horen in procedures die hun persoonlijke situatie raken.
Bijzondere curator
De minderjarige kan de rechtbank ook verzoeken om een bijzondere curator te benoemen in de zin van artikel 1:250 BW. De rechtbank kan een bijzondere curator aanwijzen als er sprake is van een belangenconflict tussen de minderjarige en gezaghebbende ouder(s). De bijzondere curator kan vervolgens namens de minderjarige een procedure bij de rechtbank starten.
Rechtsongelijkheid
De wet biedt specifieke rechtsingangen voor minderjarige vanaf de leeftijd van twaalf jaar, zoals artikel 1:377g BW en artikel 1:251a lid 4 BW. Naar het zich laat aanzien kan een minderjarige jonger dan twaalf jaar, die in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, ook een beroep doen op deze artikelen.
Wanneer wordt gekeken naar de informele rechtsingang van minderjarigen op grond van artikel 1:377g BW, blijkt dat de mogelijkheden voor een minderjarige om een verzoek bij de rechter neer te leggen beperkt zijn. Artikel 1:377g BW ziet slechts op verzoeken die betrekking hebben op omgang en informatie. Andere verzoeken, zoals het verzoek tot wijziging van het gezag, vallen hier niet onder.
Echter, indien de ouders van de minderjarige met elkaar gehuwd zijn geweest, biedt artikel 1:251a lid 4 BW een specifieke rechtsingang voor de minderjarige. Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW kan een minderjarige de rechter verzoeken het gezamenlijk gezag van ouders te beëindigingen en het gezag aan één ouder toe te kennen. Dit artikel is niet van overeenkomstige toepassing op minderjarige wiens ouders niet gehuwd zijn geweest.
Er is dus sprake van een rechtsongelijkheid tussen een minderjarige met ouders die niet met elkaar gehuwd zijn geweest en die wel met elkaar gehuwd zijn geweest.
Terug naar Noor
Voor Noor betekent dit dat zij een brief aan de rechter kan sturen, waarin zij verzoekt het gezamenlijk gezag van haar moeder en stiefvader te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar moeder toe te kennen. Afhankelijk van de beoordeling van de rechter, kan dit uiteindelijk leiden tot een ambtshalve beslissing.

