Op 24 september 2013 heeft het Gerechtshof Den Haag een uitspraak gedaan in een zaak, waarin een man na een avondje stappen zowel verdacht werd van het slaan met een bierfles op het hoofd van een 49-jarige man als van het in vereniging ter verspreiding in voorraad hebben van T-shirts met belastende teksten en afbeeldingen.
Het betrof onder andere T-shirts met de tekst “Destroy Zionism” en een afbeelding van een man die een vuurwapen gericht houdt op een figuur met een joodse hoed en pijpenkrullen. Het hof overweegt dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een uitlating die een discriminatoir karakter heeft, de context van deze uitlating een belangrijke rol speelt. Voorts is vereist, dat de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde gedraging wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat sprake was van een beledigende, discriminatoire uitlating.
Volgens het hof kan er gezien de omstandigheden geen misverstand over bestaan dat het figuur met een joodse hoed en pijpenkrullen, waarin een belijdend jood kan worden gezien, in combinatie met het woord “destroy” beledigend kan zijn voor en discriminatie kan zijn van de Joodse gemeenschap.
De man heeft zich schuldig gemaakt aan het doelbewust beschikbaar hebben van kwaadaardige voorwerpen die bij uitlevering aan anderen bij een herkenbare groep medeburgers met een eigen identiteit, de Joodse gemeenschap, angst inboezemen, krenken, discrimineren en aanzetten tot haat.
Hierbij wordt blijkgegeven van een absoluut onaanvaardbare minachting jegens de Joodse gemeenschap en van het onderhouden van een gedachtegoed, dat indruist tegen het in Nederland heersende beginsel van non-discriminatie. Dit gedachtegoed dient niet alleen aan de kaak te worden gesteld, maar ook met kracht te worden tegen gegaan, aldus het hof.
mr. R.S. Boonstra
Rischen en Nijhuis, advocaten
Rotterdam
Boonstra@rischen-nijhuis.com

