De IJslandse bank Landsbanki introduceerde via een Nederlands bijkantoor internetsparen onder de naam Icesave. Op 13 oktober 2008 heeft de Rechtbank Amsterdam ten aanzien van het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki een noodregeling uitgesproken, nadat de aanwijzingen van De Nederlandse Bank (hierna: DNB) om geen spaarders meer aan te trekken en om voor voldoende kasgeldreserve te zorgen, niet werden opgevolgd.

Ten tijde van het toepassen van de noodregeling was de inleg bij Landsbanki Amsterdam circa € 1.7 miljard en het aantal spaarrekeningen ongeveer 130.000. In het arrest van 24 september 2013 wordt door het Gerechtshof Amsterdam onderzocht wat de rol had moeten zijn van DNB als toezichthouder op kredietinstellingen, nu voor de gedupeerde spaarders nog onduidelijk is of en wanneer ze hun hele inleg terug zullen ontvangen.

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat DNB als toezichthouder op kredietinstellingen niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de spaarders. Nu vaststaat dat DNB niet te vrezen had dat het bijkantoor niet aan de liquiditeitseisen zou voldoen, staat het liquiditeitstoezicht van DNB niet ter discussie.

Door de belangenbehartiger van de gedupeerde spaarders wordt echter de vraag opgeworpen of DNB in de financiële situatie van Landsbanki of in de positie van de Centrale Bank van IJsland aanleiding mocht en moest zien om de komst van Icesave te verhinderen of aan voorwaarden te binden. Aangezien vanuit Europeesrechtelijk kader niet duidelijk is in hoeverre DNB maatregelen moest en mocht treffen en niet kan worden vastgesteld of de introductie van Icesave onverantwoord was, heeft DNB in redelijkheid tot de beslissing tot introductie kunnen komen. Voorts oordeelt het hof dat de Europeesrechtelijke regelgeving is gebaseerd op onderling vertrouwen en dat er van uit gegaan mag worden, dat de toezichthouder van het moederland (in casu: IJsland) leidinggevend is en dat de toezichthouder van het gastland (in casu: Nederland) een afgeleide functie heeft.

Tot slot overweegt het hof dat informatieverstrekking met betrekking tot een buitenlandse kredietinstelling geen wettelijke taak is van DNB en dat daarom het niet doen van mededelingen over de toestand van Landsbanki niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Overigens vraagt het hof zich af of een dergelijke algemene publieksvoorlichting, waarbij zou zijn gemeld dat het toezicht in handen ligt van de Centrale Bank van IJsland, zou leiden tot een lagere instroom van spaarders.

mr. R.S. Boonstra
Rischen en Nijhuis, advocaten
Rotterdam
Boonstra@rischen-nijhuis.com