Het besluit van de gemeente Amsterdam om een uitwonende studente na een huiszoeking als thuiswonend te registreren, is door de bestuursrechter vernietigd wegens onrechtmatigheid van de huiszoeking. De studente had doorgegeven dat ze naar de woning van haar tante was verhuisd. Toen de gemeente na een huiszoeking haar adres ambtshalve wijzigde in dat van haar moeder, verviel daarmee haar recht op een – hogere – uitwonendenbeurs.
De gemeente Amsterdam controleert samen met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) adressen van studenten met een beurs voor uitwonenden. Daarbij wordt speciaal gelet op jongeren die in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) staan ingeschreven op een adres dichtbij hun ouderlijk huis. De controle bestaat uit het afleggen van een huisbezoek, in dit geval aan de ouderlijke woning van de studente. Naar aanleiding daarvan concludeerde de gemeente dat zij niet op het door haar opgegeven adres woonde, maar bij haar moeder. Daarop heeft de gemeente het adres van de studente gewijzigd. Zij heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het rapport dat van het huisbezoek is opgemaakt zodanig ernstige gebreken vertoont dat aan de resultaten van dat huisbezoek geen enkele betekenis toekomt. Uit het rapport blijkt bijvoorbeeld niet dat de controleurs zich hebben gelegitimeerd en het doel van het bezoek kenbaar hebben gemaakt. Ook valt uit het rapport niet op te maken of zij de kamers in de woning hebben bekeken. Het rapport bevat geen feitelijke constateringen over de aangetroffen situatie. De rechtbank heeft het beroep daarom gegrond verklaard en de adreswijziging in de GBA ongedaan gemaakt.
Bron: Rechtspraak.nl

