Voordat een bedrijf met een gemeente zaken kan doen, gaat er meestal een aanbestedingsfase vooraf. Als de aanbesteding is gewonnen en de opdracht definitief is opgedragen, kan dat bedrijf aan de slag.

Zo had de gemeente Veldhoven een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het contracteren van een bedrijf dat leerlingenvervoer zal organiseren voor Veldhoven en omgeving. Het is een contract voor 4 jaar en na 4 jaar kan het contract nog eens met 2 jaar worden verlengd, zodat het contract een looptijd van 6 jaar kan hebben. Het bedrijf met de laagste inschrijvingsprijs kreeg de opdracht. Nummer 2 van de aanbesteding werd op de ‘reservebank’ gezet. Als de gemeente Veldhoven (hierna: de gemeente) niet tevreden was over de winnaar (nummer 1), kon nummer 2 worden gecontracteerd, aldus de aanbestedingsdocumenten.

Algemene inkoopvoorwaarden

In de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente is in essentie bepaald dat als de winnaar van de aanbesteding contractuele afspraken niet nakwam en na ingebrekestelling nog steeds afspraken zou schenden, de gemeente zich het recht voorbehield om nummer 2 te contracteren.

De redenen voor de beëindiging van het contract

De contractpartij – winnaar van de aanbesteding – moest onder andere de volgende verplichtingen nakomen en volgens de gemeente had de winnaar deze verplichtingen uit de overeenkomst geschonden.

• De winnaar zou vaste chauffeurs inzetten voor de ritten en had dat niet gedaan
• De chauffeurs moesten (nieuw) aangemelde leerlingen ophalen, maar dat gebeurde niet, waardoor ouders bij de gemeente gingen klagen
• Van alle chauffeurs moest een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) worden overgelegd, maar dat was niet gebeurd
• Er gold een maximale reistijd, maar die werd niet door de ingezette chauffeurs gerealiseerd.
• De communicatie verliep stroef tussen de gemeente en de onderneming.

Ontbinding van de overeenkomst

De maat was op een gegeven moment vol. Overleg had niet tot het gewenste resultaat geleid en de gemeente heeft de ondernemer schriftelijk in gebreke gesteld.
De gemeente vond dat de ondernemer de gebreken niet tijdig had verholpen en heeft de overeenkomst beëindigd door deze te ontbinden. Vervolgens heeft de gemeente een contract afgesloten met de nummer 2 op de ‘reservebank’.

Wel of niet terecht de overeenkomst beëindigd?

Tijdens de procedure is gebleken dat de feiten iets anders lagen dan door de gemeente is geschetst. Zo was er geen substantiële overschrijding van de maximale reistijd. Sommige leerlingen werden zelfs eerder opgehaald in verband met (het vermijden van) files. Voor wat betreft de VOG-verklaring was gebleken dat extra chauffeurs moesten worden ingezet wegens de extra aanmeldingen van de gemeente en slechts voor enkele van deze extra chauffeurs waren de VOG-verklaringen nog niet geregeld.

Kortom, de gemeente bleek te hebben gehandeld op basis van ongefundeerde aannames en had het een en ander niet goed uitgezocht. De overeenkomst is dan ook ten onrechte ontbonden.

In verband hiermee was de gemeente dan ook gehouden om de afspraken met de ondernemer, de nummer 1, alsnog na te komen. Het was de gemeente niet toegestaan om de nummer 2 op de reservebank te contracteren, op straffe van een dwangsom van € 1.000, – per dag die de gemeente aan nummer 1 verschuldigd zou zijn.
Hebt u vragen over deze uitspraak of vragen over aanbesteding in het algemeen, neem dan contact op.

Mr. K.G.O. (Kwaku) Afriyieh
afriyieh@parmentieradvocaten.nl
Advocaat, gespecialiseerd in aanbestedingsrecht en contractenrecht
Parmentier Advocaten
Huis Advocaten Haarlem
Bel of mail indien u vragen heeft over dit of een ander onderwerp
Tel. 023 531 3111